Onlangs schreef ik hier heel kort wat over Jan Pieterszoon Sweelinck. Hij was componist, maar ik ken hem vooral van het bankbiljet van 25 gulden en van de Sweelincklaan in Arnhem. Vondel, Hals, Sweelinck... als kind was ik gefascineerd door de personen op de bankbiljetten. Wie waren die mannen en waarom hadden ze een plek op een bankbiljet verdiend? Nu vraag ik me wat anders af: als die mannen zo belangrijk waren dat ze toen hun eigen bankbiljet kregen, betekent dat dan automatisch dat er ook veel straatnamen naar ze zijn genoemd?
Het briefje van 25 gulden met het portret van Sweelinck is onderdeel van een serie biljetten die zijn ontworpen door Ootje Oxenaar. Voor die serie had de Nederlandse Bank als thema 'erflaters' gekozen - nationale historische figuren die ons iets belangwekkends hebben nagelaten. Oxenaar gebruikte voor zijn ontwerpen portretten van dichter Joost van de Vondel (5 gulden), schilder Frans Hals (10 gulden), componist Jan Pieterszoon Sweelinck (25 gulden), zeeheld Michiel de Ruyter (100 gulden) en filosoof Baruch Spinoza (1000 gulden). Deze biljetten waren ongeveer van 1970 tot 1990 in gebruik. De serie van Oxenaar borduurde voort op een eerdere serie biljetten die ontworpen waren door Eppo Doeve. Deze biljetten hadden ook al 'erflaters' als thema. Doeve gebruikte voor zijn biljetten portretten van Joost van den Vondel (5 gulden), rechtsgeleerde Hugo de Groot (10 gulden), wetenschapper Christiaan Huygens (25 gulden), humanist Desiderius Erasmus (100 gulden) en schilder Rembrandt van Rijn (1000 gulden). Deze biljetten waren sinds 1950 in omloop, tot ze vervangen werden door de biljetten van Oxenaar.
Vondel, Hals, Sweelinck, De Ruyter, Spinoza, De Groot, Huygens, Erasmus en Van Rijn. Een dichter, twee schilders, twee filosofen, een componist, een zeeheld, een wetenschapper en een rechtsgeleerde. Dat zijn dus de 'erflaters' die de meeste indruk hebben gemaakt, of die het belangrijkste aan ons hebben nagelaten. Ik weet niet waarom zij wel gekozen zijn en waarom mensen als Piet Hein, Van Oldebarneveldt en Van Leeuwenhoek niet. Het is natuurlijk een hele eer als je portret wordt uitgekozen om een bankbiljet te sieren; misschien is dat nog wel een grotere eer dan dat er straatnamen naar je genoemd worden.
Straatnamen voor erflaters
Van de erflaters op de bankbiljetten is Rembrandt van Rijn het meest populair in straatnamenland. Er zijn in Nederland meer dan 200 straten naar hem genoemd. Dat is op zich niet zo vreemd, want hij is een van de beroemdste schilders en er zijn ook flink wat schilderswijken in ons land. Die populariteit van schilderswijken helpt Frans Hals aan een tweede plek op de lijst, met ruim 160 straatnamen. Daarna komen Michiel de Ruyter en Joost van den Vondel met ieder ongeveer 150 straatnamen, en Jan Pieterszoon Sweelinck met 110 straatnamen. Allemaal niet vreemd, want zeehelden, dichters en componisten zijn ook populaire thema's voor straatnaamgeving. Hugo de Groot en Desiderius Erasmus hebben ieder ongeveer 70 straatnamen, dan komt Christiaan Huygens, en Baruch Spinoza sluit de rij met 18 straatnamen.
Het is moeilijk om precies vast te stellen hoeveel straten er naar Christiaan Huygens zijn genoemd, want zijn vader Constantijn is ook nogal populair. Er zijn in Nederland meer dan 70 straten simpelweg naar 'Huygens' genoemd, zonder dat er een voornaam in de straatnaam zit, en de vraag is dus wie daar precies vernoemd is. De meeste ervan zijn naar vader Constantijn genoemd, zoals de Huygensweg in Nijmegen, en de Huygensstraten in Utrecht, Rotterdam en Den Haag. Maar de Huygensstraat in Hilversum is juist naar zoon Christiaan genoemd. Er zijn in totaal veel meer straten naar de vader genoemd dan naar de zoon. Maar de zoon heeft dan weer een eigen bankbiljet! (Om de verwarring compleet te maken, zijn er trouwens ook nog een paar straten genoemd naar schrijfster en feministe Cornélie Huygens. Naar wie zou de C. Huygensstraat in Heino genoemd zijn, denk je: naar Christiaan, Constantijn of Cornélie?)
Er zijn in Nederland twee steden waar alle negen erflaters een straatnaam hebben: Amsterdam en Hilversum. Utrecht en Den Haag lijken ze ook alle negen vernoemd te hebben, maar die steden hebben hun Huygensstraat net naar de verkeerde Huygens genoemd...
Het briefje van 25 gulden met het portret van Sweelinck is onderdeel van een serie biljetten die zijn ontworpen door Ootje Oxenaar. Voor die serie had de Nederlandse Bank als thema 'erflaters' gekozen - nationale historische figuren die ons iets belangwekkends hebben nagelaten. Oxenaar gebruikte voor zijn ontwerpen portretten van dichter Joost van de Vondel (5 gulden), schilder Frans Hals (10 gulden), componist Jan Pieterszoon Sweelinck (25 gulden), zeeheld Michiel de Ruyter (100 gulden) en filosoof Baruch Spinoza (1000 gulden). Deze biljetten waren ongeveer van 1970 tot 1990 in gebruik. De serie van Oxenaar borduurde voort op een eerdere serie biljetten die ontworpen waren door Eppo Doeve. Deze biljetten hadden ook al 'erflaters' als thema. Doeve gebruikte voor zijn biljetten portretten van Joost van den Vondel (5 gulden), rechtsgeleerde Hugo de Groot (10 gulden), wetenschapper Christiaan Huygens (25 gulden), humanist Desiderius Erasmus (100 gulden) en schilder Rembrandt van Rijn (1000 gulden). Deze biljetten waren sinds 1950 in omloop, tot ze vervangen werden door de biljetten van Oxenaar.
Vondel, Hals, Sweelinck, De Ruyter, Spinoza, De Groot, Huygens, Erasmus en Van Rijn. Een dichter, twee schilders, twee filosofen, een componist, een zeeheld, een wetenschapper en een rechtsgeleerde. Dat zijn dus de 'erflaters' die de meeste indruk hebben gemaakt, of die het belangrijkste aan ons hebben nagelaten. Ik weet niet waarom zij wel gekozen zijn en waarom mensen als Piet Hein, Van Oldebarneveldt en Van Leeuwenhoek niet. Het is natuurlijk een hele eer als je portret wordt uitgekozen om een bankbiljet te sieren; misschien is dat nog wel een grotere eer dan dat er straatnamen naar je genoemd worden.
Straatnamen voor erflaters
Van de erflaters op de bankbiljetten is Rembrandt van Rijn het meest populair in straatnamenland. Er zijn in Nederland meer dan 200 straten naar hem genoemd. Dat is op zich niet zo vreemd, want hij is een van de beroemdste schilders en er zijn ook flink wat schilderswijken in ons land. Die populariteit van schilderswijken helpt Frans Hals aan een tweede plek op de lijst, met ruim 160 straatnamen. Daarna komen Michiel de Ruyter en Joost van den Vondel met ieder ongeveer 150 straatnamen, en Jan Pieterszoon Sweelinck met 110 straatnamen. Allemaal niet vreemd, want zeehelden, dichters en componisten zijn ook populaire thema's voor straatnaamgeving. Hugo de Groot en Desiderius Erasmus hebben ieder ongeveer 70 straatnamen, dan komt Christiaan Huygens, en Baruch Spinoza sluit de rij met 18 straatnamen.
Het is moeilijk om precies vast te stellen hoeveel straten er naar Christiaan Huygens zijn genoemd, want zijn vader Constantijn is ook nogal populair. Er zijn in Nederland meer dan 70 straten simpelweg naar 'Huygens' genoemd, zonder dat er een voornaam in de straatnaam zit, en de vraag is dus wie daar precies vernoemd is. De meeste ervan zijn naar vader Constantijn genoemd, zoals de Huygensweg in Nijmegen, en de Huygensstraten in Utrecht, Rotterdam en Den Haag. Maar de Huygensstraat in Hilversum is juist naar zoon Christiaan genoemd. Er zijn in totaal veel meer straten naar de vader genoemd dan naar de zoon. Maar de zoon heeft dan weer een eigen bankbiljet! (Om de verwarring compleet te maken, zijn er trouwens ook nog een paar straten genoemd naar schrijfster en feministe Cornélie Huygens. Naar wie zou de C. Huygensstraat in Heino genoemd zijn, denk je: naar Christiaan, Constantijn of Cornélie?)
Er zijn in Nederland twee steden waar alle negen erflaters een straatnaam hebben: Amsterdam en Hilversum. Utrecht en Den Haag lijken ze ook alle negen vernoemd te hebben, maar die steden hebben hun Huygensstraat net naar de verkeerde Huygens genoemd...
Reacties